De ideale temperatuur om wijn te bewaren of te serveren

Een wijn die langzaam rijpt geeft meer drinkgenot. Voor behoud van smaak en aroma’s is het daarom essentieel dat wijn niet te warm bewaard wordt omdat dit het rijpingsproces versnelt. De ideale bewaartemperatuur voor behoud van smaak en aroma ligt tussen de 10°C en de 14°C. Dit geldt voor zowel rode als witte wijn. De juiste serveertemperatuur is wat gecompliceerder omdat deze voor iedere wijnsoort anders is.

1. De juiste bewaartemperatuur

Rode wijn moet niet te warm geserveerd worden, maar ook zeker niet te koud! Witte wijn moet wel koud geserveerd worden, maar smaakt snel wrang als deze té koud geserveerd wordt. De beste temperatuur om wijn te serveren verschilt dus per wijnsoort. De ideale bewaartemperatuur, ongeacht het type wijn, ligt tussen de 10°C en de 14°C. Er zit dus verschil in de bewaartemperatuur en de serveertemperatuur.

Belangrijk is dat de temperatuur waarop wijn bewaard wordt niet schommelt. Kleine schommelingen kunnen al grote gevolgen hebben voor de smaak van de wijn. De temperatuur in een wijnbewaarkast wordt constant gehouden.

2. In het donker bewaren

Wijn heeft een hekel aan zonlicht. Dit zorgt namelijk voor chemische reacties. UV-straling (en licht) versnelt het verouderingsproces van wijn. Het is belangrijk om wijn daar tegen te beschermen door deze in een donkere omgeving te bewaren. Glasdeuren van wijnklimaatkasten zijn daarom nagenoeg altijd bruin getint en uitgerust met een UV-filter zodat UV-straling de kwaliteit van de wijn niet kan bederven.

3. Ventilatie voor frisse lucht

De kurk van de fles is het filter waardoor de wijn 'ademt'. Bevinden zich onaangename geurtjes in de wijnkoelkast, dan heeft dat invloed op de wijn. Het krijgt een onaangename smaak of de karakteristieke smaak van de wijn verdwijnt. Een goed ventilatiesysteem, waarmee veel wijnkoelkasten zijn uitgerust, zorgt voor voldoende frisse lucht.

4. Een optimale luchtvochtigheid

Naast temperatuur, licht en frisse lucht is ook de luchtvochtigheid in de wijnkast van belang. Wijnflessen met een kurk kunnen het best liggend bewaard worden zodat de kurk in contact blijft met de wijn en niet uitdroogt. De kurk moet continu vochtig zijn zodat de fles hermetisch afgesloten blijft. Een optimale luchtvochtigheid in de wijnklimaatkast is essentieel. Komt de luchtvochtigheid onder de 55% droogt de kurk uit en oxideert de wijn. Bij een vochtigheidsgraad boven de 80% wordt de kurk te vochtig. Er kan dan schimmel ontstaan. Voor het behoud van de etiketten is een optimale luchtvochtigheid ook belangrijk. Anders laten ze los.

5. Een trillingsvrije omgeving

Tot slot is het belangrijk dat wijn rustig kan liggen en niet ‘gestoord’ wordt. Trillingen verstoren de wijn wat invloed heeft op de smaak. Wijnkoelkasten zijn voorzien van een trillingsvrije ophanging van de compressor zodat de wijn met rust gelaten wordt en in een kalme, trillingsvrije omgeving op smaak kan komen.

Wijnbewaarkasten of Wijnklimaatkasten

Het grootste verschil tussen de ‘wijnbewaarkast’ en de ‘wijnklimaatkast’ is dat de bewaarkast één constante temperatuur heeft en de klimaatkast verschillende temperatuurzones heeft (bovenin warmer dan onderin). Er zijn ook klimaatkasten met zones die van elkaar gescheiden zijn. Deze multifunctionele wijnklimaatkasten kun je als wijnbewaarkast en wijnklimaatkast in één gebruiken. Door de temperatuurzones afzonderlijk in te stellen kun je verschillende soorten wijn in één kast bewaren. Of je stelt de temperaturen zo in dat een zone gecreëerd wordt voor het bewaren van wijn op serveertemperatuur en een andere zone voor het bewaren op bewaartemperatuur.